Vinyl. Hmmmmmmm. Het is zo'n mooi product. Onze verse
muziekredacteur Mark van der Ploeg krijgt er een keiharde van. Daarom gaat hij voortaan elke vrijdag iets schrijven over een
recent door hem aangeschafte 7”, al dan niet aangevuld met een
mp3, filmpje, bos tulpen of iets anders wat hem op dat moment aanstaat. Zoals iets anders.
Als wij als de snobs die we zijn een avond naar kwalitatief hoogwaardige dancemuziek willen luisteren, is Cocadisco onze eerste keus. Glas wijn erbij, tuinstoeltje achterovergeklapt en gaan. En weet je wat: de ene helft van Cocadisco, Rodaidh McDonald, heeft een minimix gemaakt, speciaal voor Vice.
We kunnen het geen rampzalig optreden
noemen, maar de techniek liet Jookabox behoorlijk in de steek tijdens
zijn concert op Motel Mozaique. De sampler van David Adamson
(voorheen Grampall Jookabox) viel meer dan eens halverwege een nummer
uit en de geluidsmensen achterin de kelder van Watt waren ook
hoorbaar aan het worstelen met knopjes en schuifjes. Erg jammer, want
Adamson deed samen met drummer Patrick Sweets erg zijn best om er een
klein feestje van te maken. Op zijn album Ropechain liet Jookabox
vorig jaar horen dat er echt wel een fantastische live-ervaring in
zijn muziek schuilt. Als hij nou de band maar bij elkaar kon
krijgen... Op 1 mei trad Jookabox ook op in Paradiso tijdens London Calling.
Wat is een land zonder op z’n minst één fatsoenlijke eenmansband? Gelukkig hebben wij Ottoboy, die in navolging van mannen als John Schooley en Bob Log een gitaar, een basdrum en een hi-hat oppakte en vanuit de Twentse weilanden naar de grote stad toog om daar zijn smerige, rammelende bluesy garagetrash te laten horen. Veel meer woorden wil ik er eigenlijk niet aan vuil maken, want veel meer is het ook niet. Raw und primitive is waar het om gaat. Zo klinkt het en zo hoort het te klinken. Stinken moet het ook. Zijn eerste album heet Down With The Upbeat, en die kun je vast ook wel ergens kopen. Omdat het album nu precies honderd jaar oud is stelde ik Ottoboy een paar vragen.
Laatste reacties