Elk artikel dat je tegenwoordig over Kai Kühne leest draagt een titel als “Enfant terrible wordt ernstig en volwassen!,” “Notoire wildebras veegt lei schoon!,” of zoals de New York Times onlangs kopte, “Kan de modewereld hem zijn verleden vergeven?” Pfffrt. Wij beschouwen iemand die als enfant terrible bekend staat meestal als geweldig en vinden niet echt dat dat iets is waarvoor je vergeven moet worden.
Maar goed, wij zijn altijd wild geweest van Kai en van zijn wilde leven toen hij nog lid was van het ontwerperscollectief As Four— waar hij geregeld dingen deed als aan de kroonluchters hangen in chique nachtclubs en vervolgens de uitsmijter van 200 kilo, die connecties had met de Russische maffia, een pak slaag te proberen te verkopen terwijl die hem naar de deur sleepte. Dit gezegd hebbende willen we zijn nieuwe volwassenheid wel aanvaarden, vooral omdat Kai dat zelf wil. Het feit dat een gekalmeerde Kai blijkbaar gelijk staat aan nog mooiere kleren maakt het voor ons ook gemakkelijker om zijn transformatie te verteren. Alle modebladen gebruiken in één adem het woord “elegant” als ze het over zijn solocreaties hebben, wat best een goede samenvatting is. Het zijn stuk voor stuk hoekige, nauwsluitende jurken in krakend wit of neutrale en staalachtige kleuren, met zo nu en dan een spoortje glitter. Nice! Ik bracht Kai een bezoekje in zijn lichte, wit geverfde studio ergens in de stedelijke toendra in het westen van New York en amuseerde me te pletter. Als een wervelwind gidste hij me langs rekken vol kleren, allerlei stoffen en materialen, monsters van exotisch bont, inspiratiepanelen en schetsen. Hij leerde me over de Italiaanse Superstudio-beweging en daarna keken we voor de lol naar de geflipte scène vol Katholieke Kerkmode uit Fellini’s Roma op YouTube. Ik heb het gevoel dat ik een snelcursus haute couture heb gekregen en God weet dat het daar hoog tijd voor was.
Vice: Ik ben geen mode-expert.
Kai Kühne: Ja, ik ook niet.
Natuurlijk wel. Vertel me dus alsjeblieft wat over mode. Of tenminste over jouw mode.
Nou, voor mij is alles architecturaal. Al mijn lijnen zijn zeer strak, zeer grafisch, zeer gecontroleerd, zeer Duits eigenlijk. Ik ga voor klassiek, benaderbaar en elegant. Een lichaamsbewuste, vrouwelijke vorm—zoals een kokerrok, weet je wel. Het is nette kledij, maar alles zit ‘m in de constructie. Het gaat om nieuwe constructiemanieren. Voor de voorbije zomer werd mijn collectie bijvoorbeeld geïnspireerd door prei.
De prijs?
Nee, door PREI. De soepgroente. Planten hebben hun eigen universele groeiwetten, maar kunnen nogal ongecontroleerd zijn. De prei is een heel Duitse plant. Zo van Klap! Klap! Klap! Hij volgt een strikt groeipatroon.
Dat is inderdaad heel Duits.
Ja. Ik ontwerp veel op de computer omdat ik graag heel strak te werk ga. Maar door het gebruik van stoffen wordt het geheel weer meer organisch. De rechte lijnen worden samengebracht met de driedimensionale rondingen van het menselijke lichaam. De lijnen zijn ontworpen om recht over het lichaam te vallen, dus moeten ze allemaal een beetje afgerond worden. Op het ontwerp is alles dus hol en bol—en dat trekt het geheel weer recht.
Het klinkt alsof je gebouwen aan het ontwerpen bent.
Kleding is architectuur voor het menselijke lichaam. Een huis dat rond een lichaam wordt opgetrokken. Ik denk ook dat het moeilijker is dan bij architectuur; je moet bij kleren ook de zwaartekracht bevechten.
Je gebruikt ook vooral witte en neutrale kleuren, net als bij huizen.
Ik probeer de structuur van mijn ontwerpen te laten zien. Alles zit in de constructie, dus als je daar een print op aanbrengt, kun je de constructie niet meer zien. Om de structuur en de constructie te onderlijnen gebruik ik een minimaal kleurenpalet. Maar ik hou er wel van om met reflecties en textuur te spelen, zoals je krijgt met linnen, kangoeroeleer—
Kangoeroeleer!
Ja, het is net papier, echt fantastisch!
Wat zielig!
Die eten ook vlees, weet je, dus eigenlijk is het zoals een konijn ofzo.
Ander onderwerp graag. Ben jij opgegroeid in Duitsland?
Ja. Ik heb in Bremerhaven gewoond tot mijn 22e. Eerst studeerde ik economie in Hamburg, en toen mode. Daarna ben ik model geworden en vloog ik constant naar Milaan en Parijs tot ik uiteindelijk in Milaan door een modellenbureau werd aangenomen.
Kai in zijn modeljaren
Waarom studeerde je in godsnaam economie?
[Zucht] Ik wist eigenlijk niet goed wat ik wilde. Mijn familie had een eigen zaak en dus dacht ik dat ik voorbestemd was om die over te nemen, zoals mijn vader voor mij.
Wat voor zaak hebben ze?
Oliedistributie en –bewaring. Zeer interessant. Maar toen ik mij moest bezig houden met statistieken ben ik mijn interesse verloren.
Hield je ook al van mode toen je klein was?
Jazeker. Als ik nu terugkijk, zie ik dat ik toen al op dezelfde lijn stond met wat ik later ben geworden. Ik bedoel, ik ben altijd al artistiek geweest. Ik was daarnet foto’s aan het bekijken van mijn kinderkamer en blijkbaar had ik als kind creatieve sculpturen gemaakt uit kleerhangers. Het was net moderne beeldhouwkunst, maar zonder dat ik mij daar toen van bewust was. Het kwam gewoon.
Was je een punkrocker? Ik kan me je wel inbeelden als een herrieschoppertje.
Een beetje. Ik was tegelijk ook heel preppy en heel voornaam. Ik ben wel punk maar dan zonder de veiligheidsspelden, enkel de basisidentiteit. Niet meteen destructief maar ik schud de dingen graag door elkaar om opnieuw iets te creëren. In vernieling schuilt steeds vernieuwing.
Mooi.
Ik ben net genomineerd voor de National Design Award van het Smithsonian. Ik ben er heel gelukkig mee.
Gefeliciteerd!
Bedankt. Maria Cornejo en Isabel Toledo hebben de voorbije jaren gewonnen en mogen nu allebei kleren ontwerpen voor mevrouw Obama. Eigenlijk zou ik mevrouw Obama ook moeten kleden.
Ze zou er echt geweldig uitzien in jouw spullen.
Ja, dat denk ik ook.
Hoe ben je eigenlijk modeontwerper geworden? Vertel eens hoe dat allemaal begonnen is.
Toen ik als model werkte, kwam het besef dat daar geen toekomst in zat voor een slimme, intelligente jongen als ik. Dus ging ik op zoek naar iets anders, een soort overgang. Ik studeerde kunstgeschiedenis en fotografie en begon wat geld te verdienen door modellen te testen. Ik nam foto’s van hen waarin het leek alsof ze als model werkten, zie je. Rond die periode heb ik Adi en Angela ontmoet in een club die Flamingo East heet—zij werkten als hostesses aan de ingang. We begonnen samen te werken, zij de styling en ik de foto’s. Op dat moment begon Gabi ook aan zijn eigen kledinglijn en dus werkten we allemaal samen om zijn kleren te stileren en te fotograferen en om te vormen tot iets totaal anders. Uiteindelijk paste het resultaat volledig in de visie die we toen allemaal hadden. Een tijdje later brandde mijn huis af en ben ik bij de meisjes ingetrokken. Gabi scheidde van zijn vrouw, kwam ook bij ons wonen en daarop werd As Four geboren. In 2000 traden we voor het eerst naar buiten met een collectie.
Jullie woonden allemaal samen en waren berucht omdat jullie ook samen in één groot bed sliepen.
Absoluut. We namen ons werk heel ernstig, maar het was natuurlijk ook heel erg leuk. Het leek bijna een nieuwe kunstvorm, een kruising tussen kunst en mode. Ik beschouw wat ik nu doe ook als iets artistieks maar het is meer gefocust op de modewereld.
Je bent nu meer volwassen.
Ik denk dat het een natuurlijke evolutie is. Ik wil dat mijn ontwerpen draagbare beeldhouwwerken worden. Niet zoals ik daarvoor deed, dat had meer iets van “Wow, dat is geweldige kunst… Goed, tot straks dan maar!” Nu is het meer iets als “Wow, dat wil ik aandoen!”
Soms mis ik de maffe As Four-cirkeltassen wel.
Ik niet. Ik heb nog altijd last van mijn rechterschouder!
Mis je die dagen ooit? Vind je New York nog wel cool?
Nee en nee. De benedenstad is ongelooflijk veranderd. De hele scène is morsdood. Waarschijnlijk voor eeuwig. Nou, misschien komt het nog terug met de recessie en zo…
Je bent wel nog altijd een vaste waarde als het op socializing aankomt.
Het is gewoon anders dan vroeger, maar whatever, mensen worden ouder. Dat is het leven. Ik mis het niet zo erg omdat ik bezig ben. Ik ben gelukkig met wat ik doe. Ik heb mijn eigen scene nu.
Was het fijn om in de tabloids te staan en zoveel aandacht te krijgen voor je schandalige gedrag?
Niet echt. De meeste dingen in de pers waren gewoon onjuist, dus dat was eerder vervelend. Mensen zeggen me voortdurend, “Man, de roddelpagina van de New York Post! Dat is zo cool!” Maar daar bedank ik dus voor. De meeste mensen zijn te bang om zich te laten gaan, dus leven ze zich uit via het leven van andere mensen. Mijn werk is zo veel belangrijker voor mij dan al dat andere gedoe. De mensen blazen dingen buiten proportie, ze hechten te veel belang aan dat ene aspect, ze worden bang en beoordelen je verkeerd en daardoor mis je dus een heleboel kansen.
Maar iedereen houdt toch ook van een geslaagde comeback, niet?
Precies—elk seizoen opnieuw. We zijn gek op comebacks.
Je studio is heel mooi en ook heel wit. Ik vind vooral deze plek geweldig. Het is er ’s nachts zo eng en verlaten—net iets uit Blade Runner.
Je kan ook op het dak, het is daar ongelooflijk mooi. Ik ben hier bewust komen wonen omdat dit het modedistrict is en ik de mensen wou laten zien dat het “Crazy Kai” menens is.
Heb je nog steeds het gevoel dat je zulke dingen moet bewijzen?
Min of meer wel, ja.
Elke review die ik over jou heb gelezen straalt gewoon. Er zat geen enkele slechte tussen.
Ja, nou, ik gedraag me nu ook!
Wat vind je zoal fijn om te doen?
Tegenwoordig vraag ik me dat soms af. Ik doe niet echt veel behalve werken omdat ik dat ook heel fijn vind. Ik ga graag naar Fire Island of Rockaway Beach, om zo veel mogelijk buiten te zijn met Powder. Zij is mijn vrouwtje.
Powder, de legendarische celebrity hond van downtown!
Ja, zij is mijn schatje.
En ik ga ook nog graag uit; toch zoveel ik kan. Ik hou van de Sunday-night Art Fag party in de Bowery Electric. Soms ga ik ook nog eens naar Beatrice.
Daar ben ik nog nooit geweest.
Och, je zou het verschrikkelijk vinden. Ik ben er gisteravond geweest en ik vond het eigenlijk ook verschrikkelijk. Ik ben nog nooit zo veel wannabe eikels tegengekomen.
Dat wil ik best geloven! Zijn er op dit moment ontwerpers waar je van houdt?
Er zijn er zo veel. Ik vond de vorige collectie van Chanel geweldig, volledig in witte en crème-kleurige tinten: wondermooi. De schouders waren fantastisch. Karl heeft echt goed werk geleverd.
Oké, schouders… leg eens uit.
Schouders zijn heel belangrijk nu. Er wordt heel wat gezegd via de schouders en de silhouet. Ik wil dat mijn schouders er sterk en breed uitzien maar ook niet te eighties. Een beetje koninklijk, zeg maar. Ik ben nu ook aan het spelen met het idee van geen schouders.
Wat een leuke job.
Er kruipt veel werk in, maar het is inderdaad leuk. De stoffen kiezen is zoals het palet samenstellen en dan wordt de hele collectie net één groot schilderij, behalve dat er veel tijd en mensen en geld bij komt kijken en het uiteindelijk ook allemaal in het rond beweegt.
Ik heb een verschrikkelijk slecht gevoel voor stijl, hoe kan ik daar iets aan doen?
[Fluistert] Dat is een geheim dat we niet mogen verklappen.
Verdomme.
Ach, kom op, je hebt toch wel stijl.
Nee man! Kijk eens naar mijn dwaze paardenvlecht.
Dat is toch ook stijl. Geen stijl!
Aha, antistijl, denk je?
Ja, misschien. Dat hangt ervan af. Als je het opzettelijk doet, als je je er bewust van bent dan wordt het een stijl. Maar als je je er te zeer bewust van bent slaat het snel om naar pretentie. Maar er is een zekere mate van originaliteit en eerlijkheid bij mensen die om het even wat doen en daarmee weg komen.
Hou je van ontwerpers die overdreven maffe dingen doen, zoals Bernhard Willhelm bijvoorbeeld?
Hij is een goede vriend van mij en ik hou veel van zijn werk. Ik vind het geweldige kunst, een fantastisch statement, maar het zijn niet echt “kleren.” Tijdens mijn tijd met As Four heb ik mij rot geamuseerd met rond te klooien en leuke dingen te maken maar nu probeer ik zulke dingen uit mijn collectie te weren, anders wordt het gewoon mentale masturbatie. Ik zie mezelf uiteindelijk als een kledingontwerper voor vrouwen, en vrouwen hebben kleren nodig, geen grappen.
INTERVIEW DOOR AMY KELLNER
Neem inhoud van deze site over (XML)
Kan die gast architectuur er aub niet mee betrekken? Ik schaam me hier dood.
Geplaatst door: jeroen vanlith | 1-5-09 om 10:32