Poëziewedstrijden zijn een vreemd soort aangelegenheden. Het denkniveau ligt er nogal hoog, de gesprekken zijn diepgaand - praten over de ontstoken teennagel van je valkparkiet is not done - en de mensen zijn er meestal duf en lelijk. Niet echt iets waarvan je denkt: 'Joeperdepoep, daar wil ik heen'. Nu heb ik een vriendin, Lotte Dodion, die nogal dichterlijk aangelegd is en dus ook vaak deelneemt aan dit soort wedstrijden. Lotte is trouwens niet duf en lelijk (en haar denkniveau is bedenkelijk laag, maar ze had me gevraagd om dat niet op te schrijven). Laatst was ik een dag haar wormvorming aanhangsel op Brabant Gedicht. Het was leuk. Grotendeels door het decadente buffet, maar vooral ook omdat Lotte de wedstrijd won met een gedicht geïnspireerd op Frank de Winne. Met die gedachten in ons hoofd wilden we Lotte voor de foto eigenlijk met haar kop in een vissenkom steken maar we hadden enkel een lasagneschaal. We waren Frank ondertussen al vergeten en dacht vissen > water, water > krokodil. Vandaar.
Miljoenen tonnen manga vliegen sinds mensenheugenis dagelijks in alle mogelijke vormen, kleuren en maten Japan uit. Zijn we manga helemaal beugeraakt terwijl het ons vroeger ontzettend opwond? Jep. En vinden we nu zelfs hentai afgezaagd, het porno-snuff-walgelijk-kotssubgenre van manga? Geloof het of niet, toch een beetje, ja. De hele verdomde kunststijl heeft al jaren nood aan een vernieuwende kracht, en wij denken die gevonden te hebben in de artiest Shintaro Kago.
Dit is Nikie. Nikie lijdt aan zowel ADHD als extreme ADHD. Ze gaat je nu een verhaal uit het Fiction Issue voorlezen, namelijk "Parmaham" van Amarens Eggeraat. In het Hollands dan nog.
Om te bewijzen dat onze fotografen meer doen dan alleen prentjes kijken, vroegen we twee van hen om een foto te maken die was geïnspireerd op een boek dat ze daadwerkelijk hadden gelezen. Hier kwamen ze mee terug.
Ekeren. Elke keer deze naam valt als suggestie voor de nachtelijke plannen, weet ik dat de avond wel wat verrassingen zal bieden. Ook krijg ik het voorgevoel dat er die avond ergens wel een ongeboren zoontje op een ongewone plek ontwaakt. De eerste keer dat dit gebeurde was na een derderangs dorpsfuif waar het enige vertier bestond uit comazuipen en discussiëren over welke aanwezige griet we wel zouden volgepompt hebben moest er iets meer bier binnenvloeien.
Omdat wij zelf eigenlijk voor geen meter kunnen schrijven, hebben we wat volk opgeschaard om voor onze Fiction Issue een aantal kortverhalen neer te pennen. Uiteindelijk kregen we er zo veel dat ze niet allemaal in het magazine konden. Gelukkig is onze blog oneindig groot, dus kan jij vandaag intelligent doen en tegen mensen zeggen dat je iets gelezen hebt dat niet over de financiële crisis ging.
Onze Fiction Issue is uit! Als alles goed gaat en onze trouwe distributeur - maak jezelf niks wijs, daarmee doel ik op mijn liefste collega en niet op één of ander duur bedrijf - de koude kan trotseren, liggen ze nu in de winkel. Ga hem zeker halen want dat maakt jou niet alleen zeer bijzonder, het geeft je ook een voorsprong op je medemens. In deze tijden van crisis is de concurrentiestrijd immers zo belachelijk groot geworden dat elk spatje extra kennis het verschil kan maken tussen jou en het anonieme blondje met het kontje. Het is de Fiction Issue, wat betekent: net iets minder tieten en een hoop meer letters. Een stel geweldige kortverhalen en een paar mooie fotoshoots liggen netjes verpakt in een glimmend magazine, wachtend op jouw reet die voorbijwandelt.
Als je ondertussen nog altijd The Wire niet hebt gezien, of Homicide en The corner niet hebt gelezen, de twee boeken die als inspiratiebron gebruikt zijn bij het maken van de reeks op HBO, dan gaapt er een serieuze leemte in je leven. Ken je ze wel, dan weet je dat Omar Little, de ongelooflijk gewelddadige maar zeer moralistische overvaller in de reeks, een van de meest treffende fictieve karakters is die ooit een shotgun in het gezicht van een drugdealer geduwd heeft. Behalve dan dat hij niet enkel een fictief personage is - zijn leven en stijl werden geïnspireerd op het leven van Donnie Andrews, een voormalige overvaller, een veroordeelde moordenaar en een allround Baltimore bad-ass. Na 18 jaar in de gevangenis, doet hij nu gemeenschapswerk in Maryland en wordt er een film over zijn leven gemaakt. Overlaatst hadden we een gesprek met Donnie. We laten het in het Engels staan, omdat we vermoeden dat je dat wel kan lezen (en omdat het een van de langste en diepgaandste interviews is die we in lange tijd gedaan hebben en het een fucking waste of time zou zijn dat in het Nederlands te vertalen.)
Op het werk maakte Melanie, het nieuwe meisje op zijn afdeling, hem erop attent dat hij al de hele tijd liep te fluiten. Marijn liep rood aan en trachtte zijn schaamte enigszins te verbergen door haar collegiaal te bedanken zonder zijn blik te laten afdwalen naar haar opzichtige decolleté. Hij liep zozeer op wolken dat hij niet eens merkte hoe Guido Depuydt achter hem stond te grinniken en ondertussen met zijn ogen naar Melanie rolde. Hij gaf Marijn een zogezegd vriendschappelijke klap op de schouder en stak zonder hem te begroeten meteen van wal: “En, Desmet, nerveus voor vanmiddag?” “Nee,” antwoordde Marijn maar slaagde er niet in een kleine trilling in zijn stem te onderdrukken. Zenuwen voor het partijtje golf van vanmiddag had hij niet, daarvoor was hij te goed uitgerust en had hij de voorbije weken al te vaak geoefend.
Het was vrijdagochtend. Marijn Desmet werd langzaam wakker en wreef de slaap uit zijn ogen. Naast hem draaide zijn vrouw zich om en drukte een spaarzame zoen op zijn lippen. Dat deed ze nu al vijftien jaar lang zonder fout en zonder nadenken. Geen dag ging voorbij of Cynthia had hun gezamenlijke ochtend op die manier ingewijd. Marijn glimlachte haar opgewekt toe, schoof zijn voeten in zijn pantoffels, die naast het bed klaarstonden, en liep naar de badkamer.
Recent Comments