Soms gaan de dingen helemaal zoals ze moeten gaan. Alles begon woensdagmiddag: onze vriend Joeri Bruyninckx stuurt ons een mail om naar de Nachten te gaan; wij zijn blij dat er iemand daar verslag van wil uitbrengen (omdat wij dat soort blije, entoesieaste mensen zijn, zeker als de zon schijnt). Wij regelen hem een ticket, Joeri gaat en schrijft zijn stuk, wij vergeten volledig Joeri erop te wijzen dat het misschien interessant zou zijn om een fototoestel mee te nemen, Joeri stuurt zijn stuk op, zonder foto, wij bijten een stuk uit onze duim, stagiaire Charis vertelt dat ze ook op de Nachten was en ook geen foto's nam, en ook niemand kende die er foto's nam, wij bijten een stuk uit onze andere duim, en nog een stuk uit de eerste, waarna er een foto uit haar schattig agendaatje valt. Een fotootje dat er verder niets doe doet maar door een meisje dat Michiel Hendrickx moest voorstellen genomen werd, op de Nachten. En zo weer een beetje relevant werd voor deze blog.
Klik door voor Joeri's verslag (het ding waar het hier allemaal om te doen is, uiteindelijk). Zijn verslag is het beste resultaat van de hele Nachten-organisatie van dit jaar.
Ooit was De Nachten the place to be: een muziekfestival met literaire
inslag waar je naartoe ging om te zien en gezien te worden. Maar plots
ging men bij De Nachten rekening houden met die tien mensen die naar
hun festival kwamen voor het literaire gedeelte van hun programma,
waardoor De Nachten in een identiteitscrisis kwam: “Zijn wij een
muziekfestival dat een beetje aan literatuur doet of een
literatuurfestival dat ook een beetje aan muziek doet?”. De Nachten
viel dit jaar voor het eerst samen met de boekenbeurs, wat meteen
duidelijk maakt voor welke optie ze daar gekozen hebben. Gevolg: bij
het binnenkomen wandelde je langs een half lege vestiaire, om via
verlaten wandelgangen in een veel te grote theaterzaal te komen waar
Kristien Hemmerechts iets stond voor te lezen. Ik kon mij niet op haar
lezing concentreren maar het zal wel weer over haar trauma bij de
nonnen gegaan zijn aangezien het bij Hemmerechts altijd over haar
trauma bij de nonnen gaat. Hierdoor dwaalden mijn gedachten al snel af
naar die ene foto waarop Hemmerechts naakt in bad zit, samen met Herman
De Coninck. De Conick met behaarde rug en Hemmerechts met doorgezakte
borsten. Het maakte de Vlaamse literatuur er niet bepaald
aantrekkelijker op. Koude rillingen kwamen in mij op bij de herinnering
aan deze foto, dus was het tijd om mij elders wat te gaan verwarmen.
Bijvoorbeeld bij de gedestilleerde countryliedjes van The Bony King Of
Nowhere. Zijn liedjes klonken nog mooier dan toen ik ze meer dan een
jaar geleden voor het eerste hoorde: beter gearrangeerd en gezongen met
een luie, beetje schorre stem. O, wat kijk ik uit naar deze jongen zijn
in februari te verschijnen debuut.
Ik ging naar buiten om bij het hamburgerkraam een blikje bier te kopen.
Voor anderhalve euro per pintje minder wil ik wel buiten staan drinken.
Door alleen buiten te staan drinken wekte ik blijkbaar de indruk dat ik
wel open stond voor een gesprek met een wildvreemde. Of ik ook vond dat
Tom Naegels zijn performance toch wel Tom Naegels onwaardig was. “Ik ken
Tom Naegels niet. Ik sta hier alleen maar omdat het bier hier goedkoper
is dan binnen”, probeerde ik nog, maar ik had kunnen weten dat een
literatuurliefhebber nooit een kans om te beleren laat liggen en zich
dus niet liet afschepen met mijn goedkoop bierexcuus. “Komaan, je kent
Tom Naegels toch wel. Zijn boek is zelfs verfilmd door Jan Verheyen”.
“Sinds wanneer is Jan Verheyen een referentie?” dacht ik nog te
antwoorden maar het leek mij wijselijker om niks te zeggen en gewoon
terug naar binnen te gaan.
Even een stukje van Mauro als singer-songwriter meegepikt. Nu kan Mauro
veel, maar geen eenvoudige, eerlijke liedjes schrijven. Misschien is
hij te slim om eenvoudig en eerlijk te zijn. Misschien was zijn vorige
en zijn volgende optreden wél goed, want Pawlowski trad maar liefst zes
keer op die avond.
Mariee Sioux wist met haar aan Alela Diane en Joanna Newson-verwante
newfolk dan weer wel hoe eenvoudige en eerlijke liedjes gemaakt moeten
worden. Ze speelde quasi volledig haar debuut en een cover van The Cure
en de dertig geïnteresseerden zagen dat het goed was.
In de Rode zaal interviewde Ruth Joos Arnon Grunberg. Ik hou van Ruth
Joos. Zij is de stem waarmee ik opsta op weekdagen, zo rond de middag.
Ik hou van Arnon Grunberg. Hij schrijft boeken met korte zinnen, zoals
‘Mijn Oom’. Grunberg begon dit interview met een verhaal over die keer
in Israël dat hij in zijn broek had gekakt, hij was toen achttien. “En
ik droeg een korte broek”, voegde hij eraan toe. Joos besloot wijselijk
om het gesprek over een andere boeg te gooien. Daarna ging het nog over
dominante moeders, oorlog en natuurlijk over Obama, waardoor deze avond
al bij al nog goed was meegevallen.
Het mag duidelijk zijn: De Nachten heeft veel van zijn pluimen
verloren, maar als ze volgend jaar terug wat meer aandacht aan hun
muziekprogrammatie besteden en voor een échte headliner zorgen, kom ik
misschien terug. Misschien.
JOERI BRUYNINCKX
Comments